Dramaturgie: de spanningsboog

In het klassieke scenariomodel zijn de volgende scènes te onderscheiden:

spanningsboog

AKTE I (kort, max. 20 min.)
a. openingsscène
b. introductiescene: introductie van personages
c. expositiescene: iets over de karakters, uitleg van de belangrijkste aspecten van de film die nodig zijn om het verhaal te begrijpen
d.moment van verandering: hoofdpersoon gaat beginnen iets te ondernemen

AKTE II (lang, max 65 min.)
e. obstakels: hoofdpersoon moet die overwinnen
f. crisismoment: dramatisch hoogtepunt; het moment dat stoppen te laat is (er zijn al teveel obstakels overwonnen: op 40 min van de film))

AKTE III (heel kort, max 5 min.)
g. confrontatiescene: confrontatie met het zelf, met een ander, met het thema, etc.
h. climax (optioneel): om extra uit te pakken, werkelijke crisis is bij f.
i. oplossing
(j. laatste losse draadjes)

spanningsboog:
Waarom is AKTE III 'hoger' in spanning dan AKTE I? Omdat het verhaal nooit rond mag sluiten. De film heeft iets gedaan met de hoofdpersoon, waardoor die op een 'hoger niveau' terecht is gekomen.

Openingsscène

-De openingsscene heeft twee doelen: op de hoogte brengen en motiveren om te kijken.
-Het filmverhaal moet gaan over een conflict dat de hoofdpersoon heeft. Het filmverhaal begint vlak voor het moment van dat conflict. (te ver ervoor zorgt namelijk voor stilstand.
-Waar begin je mee? Met de hoofdpersoon, de tegenspeler, of het moordwapen? Dit zorgt voor accentverschillen. Begin je met rust of met een schok? NB: In de film moet je alles motiveren, in tegenstelling tot de werkelijkheid, waar dingen gewoon kunnen gebeuren.
-Bij In de openingsscene moet je al weten waar de film heen gaat (beweging)
-De openingsscene moet visueel zijn
-Blijf goed nadenken over de toon van de film: welk genre? Kweken van de gemoedsstemming in de film.

Introductiescène

-Biografie hoofdpersonages. Je creëert personages die alleen maar op 'één manier'
kan reageren op omstandigheden, 'vanwege zijn karakter' (er zijn dus wel verschillende opties mogelijk). Creeer personages die in staat zijn te veranderen. Want 'verandering' zorgt voor 'conflict'. In een goed verhaal maken de personages het verhaal, niet het thema of de idee. Zoek naar personages die je thema kunnen representeren. Denk eraan dat ook de tegenspeler een rijk personage moet zijn.

Zoek naar individuen en niet naar categorieen/types. Zorg voor consistente handelingen die bij het karakter passen. Het streven naar 'uniek zijn' moet in het karakter zitten (dit is vaak het zwakke aan Hollywoodfilms).

Expositiescène

Geeft de stand van zaken weer. Vermijd een uitlegscène, en laat daarentegen de kijker nadenken. Bedt de informatie in in het verhaal en in de hoofdhandeling.

Emotionaliseer de personages. Want ook in werkelijkheid laten geemotionaliseerde mensen meer los, laten ze 'hun ware ik' zien.

Laat de personages geen dingen zeggen die de personages al van elkaar weten (en puur bedoeld is als info is voor de kijker).

Opdracht

Twee personen hebben een intieme, jarenlange relatie met elkaar. Schrijf een scène waarin tot uitdrukking komt dat ze elkaar wezenlijk niet begrijpen. Dus geen communicatiestoornis, maar wezenlijker. In de scène worden ze zich ervan bewust dat ze niet bij elkaar passen. Je mag dialoog gebruiken.

Moment van verandering - de strijd

-Hoofdpersoon gaat strijd aan, hij wil iets bereiken.

-De obstakels moeten voortkomen uit de biografie van het personage. De obstakels gebruik je ook om het karakter uit te beelden. Hij 'kiest' die mogelijkheid die bij 'zijn karakter' past; en hoe verder in de film, hoe minder opties er mogelijk zijn. Hier kan juist ook een twist in zitten.

-Ieder persoon heeft een droom. Wat moet er gebeuren om die droom te realiseren? Welke obstakels zijn er?

Crisismoment en erna

-De strijd mondt uit in een crisismoment.

-Alleen de hoofdpersoon

-'Obligatory scene': deze scene moet in de film zitten. Vanaf het begin van de film word je hiernaar toe geleid. De obligatory scene is vaak de confrontatiescene, of zit er vlak voor, of erna. Is zeer frustrerend als die er niet is. Bijvoorbeeld de film leidt naar de moord, maar de moord is niet te zien, alleen de periode erna.

Door personages diepgang te geven, is de structuur niet zichtbaar.

Je hebt al snel een script als je het volgende hebt:
-plaats
-tijd
-hoofdpersoon + droom
-het einde