Interview Olivier Koning

Dilemma

Een interview met Olivier Koning

Wat was je voorbereiding voor SAO PAULO, SP?

Ik was gefascineerd door die stad. Er wonen meer mensen dan in heel Nederland. Ik had er nooit iets over gelezen en het bleek dat er nog nooit een film over gemaakt was. Ik vond dat gek en als ik iets gek en interessant vind, ga ik filmisch denken. Ik wil eerst nagaan of het ook ècht interessant genoeg is. Ik zeg niet direct: 'Ik ga 'die' film maken'. Ik ga dat bekijken, research doen, met mensen praten. Dan raken er buitenstaanders bij betrokken die het blijkbaar ook niet zo'n slecht idee vinden, want ze doen mee, met geld of medewerking. Dan ga je het echt voorbereiden en contracten tekenen. Er is geld en alles is geregeld en dan wordt alles ineens blanco, want dan moet je die film gaan maken en daar heeft niemand inzicht in. Iedereen is meegegaan met een idee, een concept en dat ga je ook uitvoeren, maar wat betekent dat concreet. Dat kun je niet van tevoren verzinnen, omdat je niet weet of het rond zal komen zoals je het hebt bedacht. Je hebt tijdens de voorbereiding wel met mensen gesproken, maar mensen nemen beslissingen, ze veranderen, of ze verhuizen naar een andere plaats. Een van de belangrijkste dingen bij speelfilm èn documentaire is, dat je emoties wilt overbrengen. Het is een misverstand dat documentaire instructief, educatief moet zijn, met een commentaarstem die alles dichtplamuurt. Dat wordt dan wel een documentaire genoemd, maar is gewoon een nieuwsitem. Een serieuze documentaire vertelt iets vanuit een nieuwe invalshoek en doet dat cinematografisch. Niet met een commentaarstem, want dan kun je ook het nieuws aanzetten:

Wat documentaire zo interessant maakt ten opzichte van speelfilm en drama, is dat je weet dat de emoties van echte mensen zijn. Je moet de opnames wel goed voorbereiden. Als je ergens binnen komt lopen, kun je niet verwachten dat die mensen zichzelf zijn, met al die lichten, het geluid, de

camera. Ze moeten wennen aan die situatie. Ik zorg altijd voor een goede vertrouwensrelatie met die mensen, zodat ze niet zoveel moeite hebben met die technische rimram. Ze hebben dan één lichtpuntje: ze kennen mij al en als ik in dat gedoe niet verander, denken ze: 'Dat zal er wel bijhoren'. Dan merk je dat mensen zich heel goed kunnen openen voor de camera.

Je weet van tevoren wat je wilt hebben, want het is te ingewikkeld en te kostbaar om bij een willekeurig huis aan te bellen en te vragen: ' Heeft u iets interessants'. Je moet weten waar je naar toe gaat, waarom en wat je wilt en daarom is het noodzakelijk om van tevoren research te doen. Maar je moet toch niet alles weten, want je moet je verbazing blijven houden. Er moet tijdens de opnames iets nieuws gebeuren. Er moet een soort spanning zijn.

Het 'knipproces' is heel ingewikkeld. Je moet monteren en daarmee kun je orde scheppen in de chaos van het onderwerp en het materiaal. In mijn montages probeer ik in ieder geval de kern van het onderwerp te vatten. Mijn documentaires zijn vooral gericht op mensen en hun emoties. Ik let er in demontage op dat die zo eerlijk mogelijk geportretteerd worden. Vaak zie je dat een goedkope lach eenvoudig bereikt is. Iemand zegt iets geks, of doet iets raars. Ik vind dat bijna nooit leuk, maar het is in ieder geval een te goedkoop effect.

Je moet wel het verhaal zo effectief mogelijk vertellen - want ook documentaire heeft een verhalende vorm - aan mensen die helemaal van niets weten. Dus moet je een opbouw maken in je montage. In de manier waarop je het onderwerp introduceert, probeer je te bereiken dat de kijkers geboeid raken. Ik begin dus niet met een commer.taar dat alles uitlegt. Je zorgt dat ze op een gegeven moment zo geïnteresseerd zijn dat je alle dingen kwijt kunt die je ook wilt vertellen en die misschien niet onmiddellijk zo voor de hand liggen.

Eigenlijk heb je het scenario in je hoofd.

Je hebt het in je hoofd, maar op het moment dat je het op papier zet, krijg je over het algemeen alleen maar problemen. Het is eigenlijk de discussie die veel mensen hebben als ze naar de film gebaseerd op het beroemde boek x gaan: ze hadden het zich heel anders voorgesteld. Film laat veel minder aan de fantasie over dan een tekst. Als je leest 'de vijftienjarige jongedame', dan kun je daar van alles bij voorstellen. Op film zie je hoe ze eruit ziet, hoe ze zich gedraagt, wie het is. Aan de andere kant kan film dingen laten zien die in literatuur niet te vatten zijn. Je kunt eindeloos een oogopslag beschrijven, tot iedereen erbij in slaap valt, terwijl als je een prachtige oogopslag op film hebt, die kan het hele leven bevatten. Dat geldt natuurlijk voor speelfilm en documentaire. Wat je in een documentaire probeert, is het gevoel over te brengen dat het ècht is.

Als je probeert het 'leven zelf', wat dat dan ook moge betekenen, te vatten, dan moet je speelruimte houden. Je bent bijvoorbeeld bezig met opnamen. De telefoon gaat. Bij speelfilm is het meteen: godverdomme heeft niemand die telefoon afgezet. In documentaire draai je door: wat zou er gebeuren. Als dat telefoontje ging over iets dat heel belangrijk is voor degene die je aan het filmen bent, kan het geheel een andere wending krijgen, al heb je nog zoveel mooie plannen gemaakt en scenario's geschreven.

Ik wil in contact komen met mensen en wat ze nu bezighoudt, dus moet ik het concept aanpassen. Vaak zie je met films die documentaires genoemd worden, dat er toch wanhopig geprobeerd wordt om het eigen stramien vast te houden.

Je moet een soort checklist je hebben: in die situatie of bij dat karakter moet ik a,b,c in ieder geval hebben, want dan kan ik mijn verhaal vertellen. Dan ga je dus net zo lang bezig tijdens het draaien tot je die a,b,c hebt. Dan heb je je verhaal. Maar er kan zich een d voordoen, waar je, ondanks je

research, geen enkele vermoeden van had en die d lijkt opeens het verhaal, is misschien wel dat waar je onbewust naar op zoek was. Dan moet je dat onderwerp d verder onderzoeken. Maar het gevaar daarbij is dat het af en toe een dooie mus blijkt te zijn, dat het filmisch niet interesant is. Toen ik aan SAO PAULO, SP begon stelde de regering daar een nieuw plan in: de gulden was van toen af aan twee kwartjes waard. Als het budget ineens twee keer zo hoog wordt, dan gebeuren er allemaal ingewikkelde dingen en de meeste mensen zeiden: kom volgend jaar terug, dat lukt nu niet. Of je moet een film maken over wat er nu gebeurt. Ik zat daar midden in het probleem en was daar bij wijze van spreken 24 uur per dag mee bezig, maar het was niet sterk genoeg om een film over te maken. Dàt verhaal zou over drie weken vergeten zijn, maar ons filmconcept stond nog steeds recht overeind. Dus soms moet je meegaan met de situatie en soms moet je ook zeggen: ik ga niet mee in de emotie van het moment.

Ik wantrouw een documentair script waarin ik lees: 'Meneer x zal gaan vertellen over de problemen met zijn vissersboot'. Ik wil weten wat de laag is die eronder ligt. Die vissersboot staat misschien voor de moeilijkheden in zijn leven. Het moet echt zijn en dan moet het ook als zodanig overkomen, dat kun je niet van tevoren vastleggen. Als ik je nu vijf blaadjes geef van mijn concept. Eerst een inleiding, dan wat mensen in interviews zullen vertellen, je schrijft het allemaal uit en presenteert het een beetje getruukt, leuk mapje erom: means nothing. Mensen die iets van documentaire weten, weten dat dat niets betekent. Want iemand kan iets vertellen, maar het gaat ook altijd om de subtekst. Hoe iemand vertelt is ontzettend belangrijk. We hebben het niet over radio, niet over een stukje in de krant, maar over de combinatie van beeld en geluid. Op papier heb je het voor het grootste gedeelte over geluid, wat zeggen mensen. En voor zover je het over beeld hebt, is het vaak heel oppervlakkig: we zien, een mooi panorama van het strand, waar x naar een schelp zoekt. Dat is een totaal oninteressante beschrijving. Maar als die man daar wanhopig heeft gezocht naar die schelp, omdat die op dat moment belangrijk is in zijn leven, dan wordt het iets. Dat kun je niet van tevoren vastleggen.

Het probleem is: je moet toch van alles op papier zetten voor je begint. Anders moet je zeggen: 'Ik ben Piet, filmmaker, ik ga nu een film maken, dus geef me geld'. Geen script, niks. Maar ten eerste: niet iedereen is Piet en zo werkt het gewoon niet in de reële wereld. Terecht, want als mensen geld geven voor iets, dan willen ze wel weten waar het over gaat. Bovendien kun je zo ontdekken of je op het goede spoor zit. Want als je geformuleerd hebt wat je wilt vertellen in een film en je dient je voorstel in bij bijvoorbeeld de fondsen, dan kunnen die hele reële kritiek hebben. Daar kan het goed voor zijn. Maar je kunt nooit precies het gevoel overbrengen. Dat is bij speelfilm veel makkelijker, omdat je dan dialogen hebt en dingen veel beter kunt uitvoeren zoals ze beschreven zijn, omdat het georganiseerd is.

Het echte leven is spontaan. Het moet aan de ene kant spontaan zijn en aan de andere kant moet je beschrijven hoe spontaan het wordt, dat kan natuurlijk niet, maar je kunt ook niet zover gaan om te zeggen: 'Schrijf maar niks en ga maar spontane dingen doen'. Dat is het dilemma. De meeste mensen die je wegstuurt om spontane dingen te doen, die komen met wat momenten terug, maar dat is geen film. Je moet wel degelijk een structuur, verhaal en emotie hebben. Het is veel te gemakkelijk om je te verschuilen achter: je kunt nooit een script voor een documentaire schrijven, dus schrijf ik niks en ga ik gewoon filmen. Ik vind dat dingen zo goed mogelijk oppapier voorbereid moeten worden, zodat anderen een inzicht kunnen krijgen in wat je wilt doen, maar het houdt zijn beperkingen.

Hoe moet zo'n schriftelijke voorbereiding er dan uitzien.

Dat je zo precies mogelijk vertelt wat je wilt, waarom je aangetrokken bent door dat onderwerp, waarom juist jij dat moet doen. Maakt niet uit wat je motivatie is, maar het moet iets zijn dat je onderscheidt van de anderen.

Het zou prettig zijn als je een documentaire kunt voorbereiden met een geheel uitgeschreven script. Je hebt dan iets om naar te verwijzen bij besprekingen. Maar volgens mij kan het niet, omdat het kosmetisch is. Ik ken de mechanismen en de procedure om dat te doen en ik kan iedereen misschien overtuigen met dat prachtige boekje, maar het betekent weinig en als het wèl veel zou betekenen, is het eigenlijk niet goed, want je moet die openheid hebben, met de goede voorbereiding, om te kijken wat er gebeurt. Het gevaar is dat dat script de blauwdruk wordt.

Hans Reichart

Filmografie van Olivier Koning

1984 TER BESCHIKKING GESTELD (85 minuten). Gouden Kalf.

1986 PASSIES (dertien keer 25 minuten). Serie over bijzondere verzamelaars, Veronica-tv. Gouden Kalf.

1991 SAO PAULO, SP, (94 minuten). Portret van een stad.