Speelfilmdramaturgie

Twee sleutelbegrippen:
Suspense
Identificatie: door manipulatie gaat de kijker zich identificeren met de hoofdpersoon

Suspense

  • Verhaal met intenties: doel -> subdoelen: leiden naar hoofddoelen. Doe dit 'elegant': niet uitleggerig, maar verhuld. Zo denkt de kijker mee en dat leidt weer tot identificatie. Als er geen vraagtekens gezet kunnen worden, dan is het te nadrukkelijk.
  • Creëer nooit verwarring ten aanzien van intenties: dat creëert blindheid en juist geen suspense. Maar dit moet ook weer 'elegant': het moet niet te duidelijk zijn waarnaar de persoon heen geleid wordt.
  • In alle films moet suspense zitten.
  • Balans tussen intentie en obstakels: obstakels moeten niet te moeilijk of te makkelijk zijn.
  • Gradatie in suspense: door gradatie in intenties van verschillende (tegenwerkende) karakters.
  • Plaats de karakter nooit in een desperate situatie waar het niet uit kan komen (tenzij aan het eind)
  • Valse versus echte suspense: in genre-films is er vaak sprake van valse suspense: het gaat er niet om wat er verteld wordt (want dat weten we in genrefilms vaak al), maar hoe het verteld wordt.
  • Na confrontatiescene houdt de suspense op. Brei er een eind aan, anders gaat het verhaal als een nachtkaars uit.

De onafhankelijkheid van de karakters versus de sturing van de karakters door de schrijver: dat moet je proberen samen te brengen.

Identificatie

Maak karakters begrijpelijk en geloofwaardig. Door identificatie participeert de kijker in de film. In weze maakt sexe, leeftijd, etc. niet uit (maar het helpt wel). Als de hunkering en de verlangens hetzelfde zijn, dan komt identificatie vanzelf. Speel ook met bepaalde antipathieën, zowel bij de hoofd- als de tegenspeler